Les Oiseaux Bleus

Geeft vleugels aan de hoop

Het gaat om duurzaamheid

‘Ik heb het zaterdag weer beleefd tijdens de reünie: deze jongeren hebben een enorme compassie met de kinderen in Tunesië. Ze willen de kinderen die in zo’n moeilijke achterstandssituatie leven, iets geven, iets voor ze betekenen. Dat is het geven. Het ontvangen zit in wat er in de groep gebeurt.
tekst Monique Groot
Al tien jaar gaan Nederlandse jongeren naar El Kef in Tunesië om bij te dragen aan een meer leefbaar en zonniger leven voor de lichamelijk en meervoudig gehandicapte kinderen in die regio. Hoe beïnvloedt de ontmoeting tussen Nederlanders en Tunesiërs die bij het project betrokken zijn, hun leven? En gaat de invloed ervan nog verder? Johan Taal, bestuurslid van Les Oiseaux Bleus en directeur van de Maurice Maeterlinckschool in Delft, stond aan de wieg van het project en vertelt over zijn ervaringen.

‘Ik heb het zaterdag weer beleefd tijdens de reünie: deze jongeren hebben een enorme compassie met de kinderen in Tunesië. Ze willen de kinderen die in zo’n moeilijke achterstandssituatie leven, iets geven, iets voor ze betekenen. Dat is het geven. Het ontvangen zit in wat er in de groep gebeurt. De jongeren kennen elkaar vooraf niet, maar voordat ze naar Tunesië gaan, komen ze een paar keer samen om zich op de reis voor te bereiden. Dan komt er een groepsproces op gang; ze gaan zich verenigen, er ontstaan banden en soms ook relaties. Door hun ervaringen in El Kef hebben sommige jongeren zelfs een nieuwe betekenis in hun leven ontdekt en een andere wending aan hun maatschappelijke loopbaan gegeven. Er waren bijvoorbeeld jongeren die een opleiding volgden voor - of werkten in - het reguliere onderwijs en hierna toch kozen voor het speciale onderwijs. Een ander stopte met zijn economische studie en koos voor de sociale wetenschappen.
Er is een groot gemeenschapsgevoel; daar kunnen wij nog veel van leren
Als individu en als groep heeft het dus een enorme impact. De belevenissen in Tunesië raken mensen in hun wezen, in hun ondergrond.’
Opzienbarend / Mocht iemand hierdoor het idee krijgen van jongeren die als ‘blanke westerlingen mooi werk doen in donker Afrika’ dan zit die er goed naast. Dat blijkt alleen al uit de uitgangspunten van de stichting. In de statuten staat: ‘Wij ondersteunen met kennis en kunde. Het project is van El Kef, de inzet van Tunesisch talent is essentieel. Primair is wat Tunesië zelf kan bekostigen en wij vullen aan met wat noodzakelijk is.’ Maar juist ook in de ontmoetingen tussen de Nederlanders en de Tunesiërs is geen sprake van eenzijdigheid. Johan Taal: ‘Het beeld van de westerling die wel even komt helpen, is niet aan de orde. Ik heb het de allereerste keer dat ik in Tunesië was (in 1991) ervaren en ook dit voorjaar weer: de opzienbarende gastvrijheid, de hartelijkheid en vriendelijkheid van mensen. Je wordt thuis ontvangen, alsof je familie bent. Tunesiërs geven alles waarover ze beschikken en stellen zich helemaal voor je open. Wij zijn van die doorgeschoten hyperindividualisten die om onze tuin een schutting zetten en de voordeur achter ons dichttrekken. Die manier van leven kennen Tunesiërs niet, er is een groot gemeenschapsgevoel. Daar kunnen wij nog veel van leren. Wat er in Tunesië gebeurt, is een ontmoeting van mensen uit verschillende culturen die hun rijkdom delen; de mooie dingen die het leven de moeite waard maken. Ik weet niet of je weleens op verjaardagen komt waar mensen elkaar vertellen over hun derde huis en hun vierde auto? Nou, wat er in El Kef gebeurt, gaat altijd drie lagen dieper. Het raakt aan de wezensgrond; daar waar je als individu ondeelbaar deel van uitmaakt. Dat is voelbaar. Toen we op de zaterdag van de reünie met het bestuur - inclusief Sabri Dachraoui, ons “overzees bestuurslid” - samenkwamen voor een vergadering, was dat ook zo. De ontmoeting, het samen aanwezig zijn - de meeste contacten verlopen doorgaans via e-mail en telefoon - geven een onbeschrijfelijk gevoel. Dan hoef je eigenlijk niets te zeggen. Dat is een bewijs dat het tot iets leidt.’
Dieselmotor / Verandert er iets in de Tunesische cultuur als het gaat om de plaats van de lichamelijk en meervoudig gehandicapte kinderen in die maatschappij? Johan Taal: ‘Toen wij daar tien jaar geleden kwamen, hadden deze kinderen een status zoals zulke kinderen die honderd jaar geleden ook in Nederland hadden: we merkten ze op door hun stille afwezigheid. Ze werden thuis door hun moeder verzorgd. Nu zijn ze zichtbaar geworden en hebben hun plek binnen de lokale samenleving. We hebben in de afgelopen tien jaar mensen uit El Kef bij de kinderen betrokken. Bijvoorbeeld door de school helemaal te laten bouwen met behulp van de plaatselijke economie.
Wij zijn van die doorgeschoten hyperindividualisten
Er is daar veel veranderd. Langzaam druppelt dat ook door op andere plekken in Tunesië, maar dat is in eerste instantie wel altijd afhankelijk van de contacten die er kunnen ontstaan. Ans Kool heeft bijvoorbeeld op de afscheidsreceptie van de Tunesische ambassadeur in Den Haag op 7 september 2005,
(zie ook novembernummer 2005) de scheidende ambassadeur kunnen vertellen over ons project. Zij heeft het op haar beurt weer verteld aan haar vriendin die rechter is in Tunesië en in El Kef woont. Wij hebben de rechter inmiddels ook ontmoet. Zij hield toen een stevig pleidooi voor een mentaliteitsverandering bij de Tunesische jongeren en vroeg ons mogelijkheden te willen scheppen tot contact met de jongeren van de zomerreizen. In mei heeft zij een groot deel van de kosten van de catering tijdens de opening van El Wifek voor haar rekening genomen.

Eigenlijk is veel afhankelijk van de mensen die je op een gegeven moment op een bepaalde plek ontmoet. De eerste directeur van het ministerie van Sociale Zaken in Tunesië, Mustapha Aloui, met wie wij destijds te maken kregen, is nog steeds betrokken bij het project. Onlangs hebben we met medewerkers van het Tunesische ministerie van Onderwijs gesproken. Dat was een goed gesprek waarin toezeggingen werden gedaan, maar ondertussen betaalt het ministerie van Sociale Zaken nog steeds alles en is er geen gevolg aan het gesprek gegeven. De inbedding van deze manier van leven met deze kinderen is dus nog lang niet compleet en het is een continu proces om daaraan te werken. We moeten doorgaan met het leggen van contacten en steeds weer onze ideeën op een doordachte manier onder de aandacht brengen. Hier op de Maurice Maeterlinckschool krijg ik weleens de vraag: Waarom nog steeds El Kef? Er zijn toch nog meer plekken die aandacht nodig hebben? Mijn antwoord komt altijd op hetzelfde neer: het gaat om duurzaamheid. Wat wij daar doen, is een tegenhanger van onze westerse hop-cultuur, waarin we te maken hebben met een overdosis aan aandachttrekkers. Wij hebben een keuze gemaakt en - zonder onze ogen te sluiten voor andere zaken die aandacht behoeven - blijven wij daar aandacht geven tot het moment dat het project geheel selfsupporting is. Pas dan zullen we een nieuw doel kiezen binnen de doelstelling zoals we die hebben afgesproken. Tot die tijd zullen we bezig blijven met het bestendigen en verbreden van het draagvlak voor het project. In het brandpunt van het proces van contacten leggen en aandacht vragen voor het project staat overigens Ans Kool - inmiddels samen met Astrid van der Helm van de Maurice Maeterlinckschool - die als een soort dieselmotor door veel spreekwoordelijke muren is gebroken en op een bewonderenswaardige manier dit proces in gang houdt.
Miljoenenbedrijf / Wanneer de inbedding compleet zal zijn, kan ik niet zeggen. Soms zijn er zomaar opeens versnellingen in het proces die je niet verwacht en soms ligt het even stil. Maar het is merkbaar dat in Tunesië het besef steeds meer doordringt dat elke zijnswijze recht op bestaan heeft. Natuurlijk denken veel mensen nog dat een kind met een handicap een straf van God is, zoals dat hier honderd jaar geleden ook werd gedacht (en waarschijnlijk nog wel in bepaalde christelijke fundamentele kringen), maar er is beweging. Als je onze Nederlandse samenleving daartegenover zet, dan merk ik op dat die zich beweegt in de richting van de vraag naar het economisch nut. Een vraag die zijn bedding heeft in onze onttoverde samensamenleving waarin de meeste mensen geen houvast meer vinden in het geloof. Ik hoor het als de inspecteur onze school bezoekt. Wat levert dit onderwijs onze samenleving op, is dan de vraag. De Maurice Maeterlinckschool is immers een miljoenenbedrijf. Maar de vraag wat wij deze kinderen te bíeden hebben, wordt hier steeds minder gehoord.’
Oct 2012
Jul 2012
Jul 2011
Jun 2011
Aug 2010
Jul 2010
Jul 2009
Jun 2009
Oct 2008
Jul 2008
Aug 2007
Oct 2006
Aug 2006
Apr 2006
Sep 2005
May 2005
Dec 2004
Jul 2003
Jan 2002
Jul 2001
Aug 1999

© 2013 Les Oiseaux Bleus Contact Me